De ontwikkelingsbewegingen die de basis zijn van elke beweging

Als je kijkt naar hoe mensen bewegen is dat heel verschillend. Sommige mensen zijn heel ‘handig’ en kunnen eigenlijk alles wat ze willen doen, licht en gemakkelijk. Anderen hebben eerder iets houterigs en vinden beweegdingen, zoals sporten of dansen, niet fijn. Weer anderen sporten graag maar hebben regelmatig last van lichamelijk ongemak, omdat ze niet weten hoe ze het licht en gemakkelijk kunnen houden. Dat voert allemaal terug op hoe je vroeger jezelf hebt leren bewegen.

Je bewegingsprogramma in je brein

In je babytijd leer je jezelf je bewegingen aan. Er is een programma in je hersenen dat je stimuleert zodat je op een gegeven moment gaat omrollen, kruipen, zitten, staan en uiteindelijk lopen. Dat zou je je innerlijke stimulans kunnen noemen, je innerlijke drive. Een belangrijke motor daarin is je nieuwsgierigheid geweest. Van daaruit richtte je je op, keek je om je heen, reikte je naar iets wat net even verder lag, waardoor je wel in beweging moest komen.

Waardoor beweegt iedereen toch anders?

Op grond van dit onderliggende programma zou je een veel gelijkere ontwikkeling verwachten en dus ook gelijkere vaardigheden. Maar stimulerende prikkels, de interactie met de omgeving en de relatie met je ouders of andere verzorgenden zijn ook een belangrijke bron voor onze ontwikkeling. En daar zitten dus grotere mogelijkheden, maar ook situaties die de ontwikkeling belemmeren.

  • Kreeg je van je ouders voldoende speeltijd en ruimte?
  • Werd er (voldoende) tegen je gepraat en voor je gezongen?
  • Voelde je je gezien als baby of leefde je in een situatie waar weinig tijd en aandacht voor je was?
  • Hoeveel ben je aangeraakt en vastgehouden op een positieve, liefdevolle manier? Aanraken wat je hielp je bewust te worden van jezelf en je eigen afgrenzing te voelen.
  • Voelde je je veilig genoeg om de wereld in te gaan met je ouders als veilige haven in de buurt? Veilig voelen is een belangrijke basis voor een optimale ontwikkeling. Of miste je die veiligheid en was je daardoor te vroeg op jezelf aangewezen? Of klampte je je juist vast om toch die veiligheid te claimen?
  • Moest je sneller dan jezelf eigenlijk kon en wilde? Bijvoorbeeld, werd je neergezet in zit terwijl je zelf nog niet had gevonden hoe je naar zit kon komen, zodat je rug en je balans er nog niet klaar voor waren? Werd je in een loopstoeltje gezet toen je eigenlijk nog niet toe was aan belasting van je voeten en/of benen?
  • Was er iets met je waardoor je extra en speciale stimulering nodig had die er niet was of wat onvoldoende werd opgemerkt?
  • Was je ernstig ziek geweest waardoor je moeder extra bezorgd en beschermend was en waardoor jij onvoldoende ruimte kreeg je eigen fouten te maken?
  • Was je enigst kind of juist een van vele?

In dit kader van interactie met je omgeving en in je relaties heb je je bewegingen aangeleerd. Dus in het kader van hoe veilig je je voelde en hoe gedragen en gezien je je voelde. Bij onveilig voelen hoort dat je je eigen veiligheid creëerde door een spierharnas te maken. Dat maakt dat je veel harder werkt dan nodig met je spieren voor beweging. Of je maakte een emotieharnas door je gevoelssensoren in je lichaam uit te schakelen. Ook dan is je beweging veel harder werken omdat je de fijne bewegingsregulatie niet meer waarneemt en al eerder denkt dat je beweging zo op zijn best is.
Je bewegingen zoals jij ze vormde zijn de onderbouw van alles wat je later deed. Dus daarop heb je vervolgens al je verdere vaardigheden gebaseerd. Moshe Feldenkrais was de eerste bewegingsonderzoeker die dit zag. Toen hij op zoek ging naar hoe beweging wordt geleerd bleek dat al het bewegingsonderwijs uitging van de aanwezigheid van o.a. de vaardigheid staan en lopen. Die basisvaardigheden leren we onszelf en met dat onszelf ‘scholen’ wordt ook een deel van ons karakter mee gevormd.

De ontwikkelingsbewegingen onderzoeken en her-vormen

Dat is ons thema voor dit voorjaar 2021: De bewegingsontwikkeling met behulp van feldenkrais- en Child’Spacelessen. We hebben 20 lessen die beginnen met het verkennen van de zwaartekracht. Als je eerst vriend wordt van de zwaartekracht kun je dat vervolgens creatief inzetten in bewegen met de zwaartekracht en dan langzaam een vorm vinden waarin bewegen tegen de zwaartekracht in op dezelfde wijze kan worden gedaan: gebruikmakend van waar je jezelf met de zwaartekracht laat meegaan. Het is een leuk avontuur en ik heb deze bewegingen al heel wat keren gegeven en dus ook zelf gedaan. Het is een feest van herkenning als je lichaam meewerkt. Het kan ook frustraties oproepen als je de zachtheid in jezelf niet direct kan vinden.

Soms komen er ook processen op gang om te helen wat er geheeld moet worden met betrekking tot je geschiedenis als kind. Daar horen dan vaak ook emoties bij. Ik hoop dat je in staat bent die emoties een plek te geven en accepterende aandacht. Dat is eigenlijk alles wat ze nodig hebben. Tijd en liefdevolle aandacht. Misschien ook een luisterend oor. Je mag me altijd mailen als je iets wilt vertellen over hoe het gaat of als je wat meer nodig hebt.

No comments yet.

Geef een reactie